Citaat | Raad van State 20 juli 2016
Onder 4.18 Raad van State 20 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.
Dat het tegenwerpen van een binnenlands beschermingsalternatief meer vergt dan de enkele vaststelling dat een deel van het land veilig is, is correct. Volgens de rechtspraak van het EHRM gelden immers als extra voorwaarden voor de toepassing ervan dat de vreemdeling op een veilige en wettige manier kan reizen naar en zich toegang kan verschaffen tot het alternatieve deel van het land en dat redelijkerwijs van hem moet kunnen worden verwacht dat hij er zich vestigt (zie reeds punt 3.23). Voor deze individuele afweging is de gewone asielprocedure de aangewezen route. Begrijp ik de UNHCR goed, dan is de 'in-beginsel-afwijzing' van het concept van een gedeeltelijk veilig land in elk geval mede ingegeven door de vrees dat de lidstaten dat concept eventueel zouden kunnen gebruiken om te 'ontsnappen' aan de extra beoordelingsmaatstaven die zij zouden moet toepassen bij het binnenlands beschermingsalternatief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 121269 tot 122197.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42 | shasum -a 256