Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Onder 5.11 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

Aldus is er eerst de algemene bewijslast voor de aanmerking van een land als 'veilig land van herkomst'. De bewijslast daarvoor ligt volledig bij de staatssecretaris. Hierop heeft vraag 1 van de voorzitter betrekking. Zolang de aanmerking door de rechter niet onverbindend is verklaard, geldt het rechtsvermoeden of de presumptie dat het land voor vreemdelingen afkomstig uit dat land in algemene zin veilig is. Vervolgens is het aan de vreemdeling om te onderbouwen dat dit rechtsvermoeden in zijn specifieke geval niet opgaat, omdat het land in zijn geval niet veilig is. Bij deze specifieke bewijslast - waarop vraag 2c betrekking heeft - geldt de zogenoemde samenwerkingsverplichting. Hierna ga ik eerst in op de algemene bewijslastkwestie, daarna, vanaf punt 5.15, op de specifieke.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 156885 tot 157697.