Citaat | Raad van State 20 juli 2016
Onder 5.16 Raad van State 20 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.
Een vraag die hierbij speelt - en waarop vraag 2c van de voorzitter mede betrekking heeft - is hoe zwaar deze specifieke bewijslast van de vreemdeling is. Zoals in punt 5.15 aangegeven, gaat de Procedurerichtlijn ervan uit dat de vreemdeling substantiële redenen moet aanvoeren. In de Nederlandse omzetting van deze bepaling wordt het woord 'substantieel' niet gehanteerd, maar wordt gesproken van 'onderbouwen'. (zie noot 162) Als algemene bewijsrechtelijke maatstaf geldt in het algemeen bestuursrecht, en ook in het vreemdelingenrecht, dat de vreemdeling zijn stellingen 'aannemelijk' moet maken. Hoe verhouden deze termen zich tot elkaar?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 168698 tot 169424.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42 | shasum -a 256