Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Onder 3.6 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

Een persoon die is erkend als vluchteling mag ingevolge artikel 33, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag door de erkennende staat niet worden uitgezet of teruggeleid naar de grenzen van een grondgebied waar zijn leven of vrijheid bedreigd zou worden op grond van zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging ( refoulementverbod ). Dit kan zowel het land van herkomst zijn als een ander land. Het tweede lid maakt hierop een uitzondering die verband houdt met de openbare orde. In de in dat lid genoemde gevallen kan een persoon die is erkend als vluchteling toch worden uitgezet, ook als hij bij terugkeer in zijn land van herkomst gegronde vrees voor vervolging heeft. In zoverre is het refoulementverbod van artikel 33, eerste lid, van het Vluchtelingenverdrag dus relatief. Uit artikel 33, eerste lid, volgt overigens niet alleen dat het rechtstreeks verwijderen naar het land waar een asielzoeker te vrezen heeft verboden is. De woorden 'op welke wijze dan ook' duiden erop dat ook het indirect refouleren , dat wil zeggen het verwijderen naar een ander land dat de vluchteling in zijn beurt doorzendt naar het land waar hij voor vervolging te vrezen heeft, verboden is. (zie noot 16)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 29184 tot 30591.