Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Onder 3.8 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

Het refoulementverbod is ook terug te vinden in andere internationale verdragen. Zo voorziet artikel 3 van het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 1985, 69; hierna: het Antifolterverdrag) in een expliciet refoulementverbod : geen enkele Staat die partij is bij het Antifolterverdrag mag een persoon uitzetten of terugzenden ( refouler ) naar of uitleveren aan een andere Staat, wanneer er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat hij daar gevaar zou lopen te worden onderworpen aan foltering. De woorden 'een andere Staat' duiden erop dat ook dit artikel indirect refoulement verbiedt. (zie noot 18) Anders dan artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag kent artikel 3 van het Antifolterverdrag echter geen uitzonderingen. (zie noot 19) In verband met het absolute karakter van de gedragingen waartegen het Antifolterverdrag bescherming biedt, zijn exclusion clauses , vergelijkbaar met die in het Vluchtelingenverdrag, in het Antifolterverdrag niet opgenomen en uitzonderingen die verband houden met de veiligheid van de Staat evenmin. Dat wil zeggen dat het refoulementverbod van artikel 3, indien aan de daarin gestelde criteria is voldaan, geldt ongeacht het gedrag van de betrokken persoon en dus absoluut is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 32512 tot 34077.