Citaat | Raad van State 20 juli 2016
Onder 3.9 Raad van State 20 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.
Het EVRM kent geen recht op asiel, noch een recht op bescherming tegen vervolging. Artikel 3 van het EVRM, waarin staat dat niemand mag worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, houdt echter wel een, zij het impliciet, refoulementverbod in. (zie noot 20) Omdat de verwijderende staat (mede) ervoor verantwoordelijk wordt gehouden, als een persoon door die verwijdering wordt blootgesteld aan vervolging die een in artikel 2 of 3 van het EVRM verboden behandeling of bestraffing inhoudt, wordt dit refoulementverbod als impliciet beschouwd. (zie noot 21) Een schending doet zich niet voor bij terugzending naar een land dat voor de desbetreffende vreemdeling als 'veilig land' kan worden aangemerkt. Wat in het kader van het Vluchtelingenverdrag wordt opgemerkt over het concept 'veilig land' geldt daarom overeenkomstig ook voor het EVRM. Dit verklaart ook waarom in de Procedurerichtlijn wat betreft het concept 'veilig land' geen onderscheid wordt gemaakt tussen vreemdelingen die in aanmerking wensen te komen voor erkenning als vluchteling of zij die subsidiaire bescherming beogen. De desbetreffende bepalingen gelden voor alle vreemdelingen die in aanmerking willen komen voor internationale bescherming in de zin van de Kwalificatierichtlijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 34140 tot 35603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42 | shasum -a 256