Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Onder 3.12 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

Evenals artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag en artikel 3 van het Antifolterverdrag, ziet artikel 3 van het EVRM niet alleen op rechtstreekse uitzetting. Dit artikel staat ook eraan in de weg dat wordt verwijderd naar een land waarvan te verwachten is dat dat land zal doorzenden naar een land waar de betrokken vreemdeling het risico loopt op een met die bepaling strijdige behandeling. (zie noot 25) Met andere woorden, ook het EVRM verbiedt indirect refouleren . Daarnaast is het impliciete refoulementverbod van artikel 3 van het EVRM, evenals dat van artikel 3 van het Antifolterverdrag en anders dan het in artikel 33 van het Vluchtelingenverdrag neergelegde verbod, absoluut en onvoorwaardelijk. Het kent geen uitzonderingen die verband houden met de openbare orde en geldt dus onafhankelijk van de gedragingen van de betrokken persoon. (zie noot 26) Hieruit volgt dat een persoon die bij uitzetting naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling, dan ook niet zonder meer ook als vluchteling kwalificeert. (zie noot 27)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 38543 tot 39815.