Citaat | Raad van State 20 juli 2016
Onder 3.22 Raad van State 20 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.
Indien de lidstaten verlangen dat een verzoeker zijn verzoek om internationale bescherming staaft, wordt hem ondanks het eventuele ontbreken van bewijsmateriaal voor een aantal van zijn verklaringen, het voordeel van de twijfel gegund, wanneer aan de in het vijfde lid van artikel 4 genoemde voorwaarden is voldaan. De beoordeling van het verzoek om internationale bescherming moet in ieder geval plaatsvinden op individuele basis en rekening houden met de in artikel 4, derde lid, genoemde feiten en omstandigheden, waaronder de vraag of in redelijkheid kan worden verwacht dat de verzoeker zich onder de bescherming kan stellen van een ander land waar hij zich op zijn staatsburgerschap kan beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 54605 tot 55320.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42 | shasum -a 256