Citaat | Raad van State 27 juli 2016

Alinea 25 Raad van State 27 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2109.

De rechtbank heeft overwogen dat de Belastingdienst/Toeslagen zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat [appellant] in 2010 mede-eigenaar van de door hem gehuurde woning was, maar dat de tegemoetkoming huurtoeslag niettemin terecht definitief op nihil is vastgesteld. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 1 van de Wet op de huurtoeslag (hierna: Wht) blijkt dat alleen degene die uitsluitend als huurder en niet mede krachtens een andere hoedanigheid het genot van de woning heeft, als huurder in de zin van die wet kan worden aangemerkt. [appellant] en de eigenaar van de woning zijn in 2010 met elkaar een fiscaal partnerschap aangegaan en stonden in de GBA beiden op het adres [locatie] te Groningen ingeschreven, zodat zij op grond artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b en 1, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: Awir) elkaars toeslagpartner waren. Gelet hierop heeft de Belastingdienst/Toeslagen terecht besloten dat [appellant] niet voor huurtoeslag in aanmerking komt, aldus de rechtbank.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/37c3015239eed3056bc95f1fddc0b30c07eb92b6673170f1ecc4937bf7ef6ba2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 37c3015239eed3056bc95f1fddc0b30c07eb92b6673170f1ecc4937bf7ef6ba2, en de alinea staat in dat document op bytes 6769 tot 7872.