Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 31 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:211.

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college bevoegd was hem een boete op te leggen en dat het de boete terecht niet heeft gematigd. [appellant] stelt zich daartoe op het standpunt dat hij weliswaar verantwoordelijk is voor hetgeen in de woning geschiedt, maar dat deze verantwoordelijkheid onder de gegeven omstandigheden niet al te ver dient te strekken, omdat hij zorgvuldig en te goeder trouw heeft gehandeld, hij niet wist en niet kon weten dat de makelaar de woning als seksinrichting had verhuurd en hij, zodra hij met de overtreding bekend was, er alles aan heeft gedaan om die te beëindigen. Het is onverstandig geweest de makelaar een volmacht voor verhuur van de woning en het formulier, ondertekend, maar niet ingevuld, te geven teneinde de verhuur van de woning te vergemakkelijken. Echter, hij had geen ervaring met de verhuur van een woning via een makelaar, aldus [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5688d4177f18df97579f43aafedb2454e7a570a3320b09cc0c71090cfbcda704. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5688d4177f18df97579f43aafedb2454e7a570a3320b09cc0c71090cfbcda704, en de alinea staat in dat document op bytes 11467 tot 12414.