Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 38 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:211.

Gezien de omstandigheden van het geval acht de Afdeling het aannemelijk dat [appellant], voordat hij wist dat op 21 december 2013 een controle in de woning had plaatsgevonden, de overtreding heeft beëindigd zodra hij daarmee op 30 december 2013 bekend werd. In dit kader hecht de Afdeling belang aan de verklaring van [buurvrouw] en aan de omstandigheid dat het college de inhoud daarvan niet heeft weersproken. Het college wordt niet gevolgd in zijn standpunt dat de omstandigheid dat [appellant] geen aangifte heeft gedaan, afbreuk doet aan de waarde van de verklaring van [buurvrouw]. De weergave in het rapport van het telefoongesprek tussen de inspecteur en [appellant] doet evenmin afbreuk aan de waarde van de verklaring van [buurvrouw]. Het rapport is niet op ambtseed of -belofte opgemaakt, zodat aan het door [appellant] weersproken gedeelte daarvan minder bewijskracht toekomt dan wanneer dat wel het geval zou zijn. Gelet hierop, alsmede gelet op hetgeen [appellant] ter zitting bij de Afdeling over voormeld telefoongesprek te kennen heeft gegeven, acht de Afdeling het niet onaannemelijk dat [appellant] tijdens dat telefoongesprek niet heeft gezegd dat het pand op 21 december leeg stond, maar heeft bedoeld aan te geven dat het pand ten tijde van dat gesprek leeg stond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5688d4177f18df97579f43aafedb2454e7a570a3320b09cc0c71090cfbcda704. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5688d4177f18df97579f43aafedb2454e7a570a3320b09cc0c71090cfbcda704, en de alinea staat in dat document op bytes 18340 tot 19640.