Citaat | Raad van State 3 augustus 2016

Onder 32.1. Raad van State 3 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 3 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2144.

[appellant sub 1] betoogt dat de raad zich niet op de Regionale Woonvisie 2015 en het daarbij behorende woningbouwprogramma heeft mogen baseren. De behoefte aan woningen wordt volgens hem te hoog ingeschat. Hij voert daartoe aan dat voor het actualiseren van de Regionale Woonvisie niet alleen dient te worden uitgegaan van de Woningbehoefteraming van 2013 (hierna: WBR 2013) en de Bevolkingsprognose van 2013 (hierna: BP 2013) op regionaal niveau, maar ook op gemeentelijk niveau. Hij brengt naar voren dat de provincie voor andere regio’s is uitgegaan van een systematiek op gemeentelijk niveau. Het aanbod in de gemeente Cromstrijen overschrijdt de lokale behoefte, aldus [appellant sub 1]. Voorts is volgens hem niet duidelijk welke periode in het woningbouwprogramma in beschouwing dient te worden genomen. Volgens hem ligt een periode van 10 jaar voor de hand. De periode 2025-2029 in het woningbouwprogramma dient volgens hem buiten toepassing te worden gelaten. De Torensteepolder is opgenomen in de periode 2015-2019. Volgens [appellant sub 1] staat echter vast dat de woningen niet binnen die periode zullen worden gerealiseerd, zodat het plan had moeten worden opgenomen in de periode 2020-2024. Bovendien zijn in het woningbouwprogramma zogeheten zachte plannen opgenomen die niet binnen tien jaar zullen worden gerealiseerd, aldus [appellant sub 1]. Hij voert voorts aan dat de bandbreedte van de WBR 2013 en BP2013 in het woningbouwprogramma wordt overschreden, omdat het aanbod in de regio hoger is dan de behoefte voor de periode 2015-2024 en de periode 2015-2029. Bovendien is daarin volgens hem geen rekening gehouden met het Convenant Regionaal Woningbouwprogramma Hoeksche Waard, hetgeen, zo stelt hij, in strijd is met het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel. Daarnaast brengt hij naar voren dat de ramingen en prognoses van de WBR 2013 en de BP 2013 verschillen van de cijfers in de Woningmarktverkenning 2013. De woningmarkt wordt volgens hem bij het toepassen van de WBR 2013 en de BP 2013 niet realistisch in beeld gebracht. Hij wijst er op dat uit de prognose Primos 2015 in vergelijking met de prognose Primos 2013 volgt dat de behoefte in de regio daalt.[appellant sub 1] betoogt verder dat de Regionale Woonvisie 2015 en het woningbouwprogramma niet met elkaar overeenkomen wat de behoefte aan het aantal woningen betreft. Hij brengt ook naar voren dat de kleinere projecten niet zijn betrokken in het woningbouwprogramma en dus niet bij de plancapaciteit. Daarnaast is volgens [appellant sub 1] de kwalitatieve behoefte niet onderbouwd in de Regionale Woonvisie 2015 en het woningbouwprogramma. Het woonmilieu daarin wijkt af van die in de WBR 2013 en de BP 2013. Voorts is er volgens hem vraag naar goedkope woningen en naar huurwoningen en niet naar de woningen in het hogere prijssegment in een landelijk woonmilieu, waar het plan volgens hem in ieder geval deels in voorziet. Deze woningbouw richt zich op een bovenregionale vraag waarvan de behoefte niet is aangetoond, zo betoogt hij.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1d8002cf585b852c69af33bf1b08f0b6b874f84fca459e62bed2c29d93421cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1d8002cf585b852c69af33bf1b08f0b6b874f84fca459e62bed2c29d93421cd, en de alinea staat in dat document op bytes 44001 tot 47049.