Citaat | Raad van State 10 augustus 2016

Alinea 32 Raad van State 10 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 10 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2202.

2. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de besluiten van 10 en 17 april 2013 overeenkomstig artikel 3:41 van de Awb zijn bekendgemaakt aan haar. Zij voert hiertoe aan dat van het besluit van 10 april 2013 een ongetekend exemplaar in omloop was, dat zij nimmer heeft getekend voor ontvangst van een aangetekende brief en dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat PostNL op haar adres de post niet volgens de voorgeschreven procedures bezorgt. Verder betoogt [appellante] dat het besluit van 17 april 2013 pas op 19 april 2013 om 13:00 uur per gewone post is ontvangen en dat het college, ondanks haar verzoek daartoe op 17 april 2013, niet het besluit van 17 april 2013 per e-mail aan haar heeft toegestuurd terwijl het college wist dat zij niet thuis was vanwege ziekte. Dat een op het perceel aanwezige persoon die brief niet heeft willen aannemen, laat onverlet dat het besluit van 17 april 2013 volgens [appellante] gelet op artikel 3:41 van de Awb aan haar dient te worden bekendgemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c347c88e64a26a38e9bbdab41b60113926ec97709bd320e67e6930bccc140d97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c347c88e64a26a38e9bbdab41b60113926ec97709bd320e67e6930bccc140d97, en de alinea staat in dat document op bytes 9909 tot 10943.