Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 32 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:224.

7.3. Het college heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat het, indien het op 25 augustus 2010 de conclusie had getrokken dat [appellant] geen milieueffectrapportage behoefde op te stellen, niet op die datum zou hebben beslist op de aanvraag om revisievergunning, zoals het uiteindelijk op 28 juni 2011 heeft gedaan. Indien het college op 25 augustus 2010, binnen de in artikel 8.18, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalde termijn, positief op de vergunningaanvraag had beslist, was de geldende revisievergunning van 5 september 2006 nog niet vervallen, zodat het college de uit die vergunning voortvloeiende rechten in de beoordeling had dienen te betrekken. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 12 februari 2003 in zaak nr. 200202415/1. Dat de in artikel 8.18, eerste lid, van de Wet milieubeheer bepaalde termijn door het nemen van een beslissing op de vergunningaanvraag niet was gestuit, doet daar, anders dan het college veronderstelt, niet aan af. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 28 januari 2009 in zaak nr. 200801039/1. Voorts heeft het college niet aannemelijk gemaakt dat het destijds grond had om revisievergunning te weigeren dan wel aanvullende voorschriften op te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/772bfa58c065aa0c415be34193625869d6261c05f3538c9426402100bb2e7dc8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 772bfa58c065aa0c415be34193625869d6261c05f3538c9426402100bb2e7dc8, en de alinea staat in dat document op bytes 14107 tot 15328.