Citaat | Raad van State 24 augustus 2016

Alinea 46 Raad van State 24 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2306.

7.1. Ingevolge artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994) doen de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen, indien bij hen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer over de rijvaardigheid, dan wel de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen, waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, beschikt, daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld, aldus die bepaling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ee29bc9ae3c1db0cf5238a9b2315daed5846ff55275d442450bcbcfc11dd4d0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ee29bc9ae3c1db0cf5238a9b2315daed5846ff55275d442450bcbcfc11dd4d0, en de alinea staat in dat document op bytes 16135 tot 16971.