Citaat | Raad van State 24 augustus 2016

Alinea 45 Raad van State 24 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2332.

Dat naar [appellant] stelt, in de bedrijfsloods feitelijk geen handel heeft plaatsgevonden, is niet relevant. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 11 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2362), is voor het ontstaan van de bevoegdheid om op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bestuursdwang toe te passen niet vereist dat daadwerkelijk harddrugs of softdrugs zijn verhandeld. Uit het woord "daartoe" in deze bepaling volgt dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking voldoende is voor het bestaan van de bevoegdheid tot sluiting van een lokaal. In beginsel is aannemelijk dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, indien de aangetroffen hoeveelheid drugs de maximale hoeveelheid voor eigen gebruik, te weten 0,5 g bij harddrugs, overschrijdt. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. De hoeveelheid harddrugs die in de zeecontainers in de bedrijfsloods is aangetroffen, bedraagt meer dan 0,5 g. De burgemeester mocht daarom in beginsel ervan uitgaan dat de aangetroffen drugs bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. [appellant] heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05cbbb7d395c0d07710f3c025f25b1f73cac23866a6f8dfaf72fedc723fc6697. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05cbbb7d395c0d07710f3c025f25b1f73cac23866a6f8dfaf72fedc723fc6697, en de alinea staat in dat document op bytes 15320 tot 16604.