Citaat | Raad van State 24 augustus 2016

Alinea 59 Raad van State 24 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 24 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2332.

6. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college hem terecht als overtreder heeft aangemerkt en dat de kosten van toepassing van bestuursdwang voor zijn rekening komen. Hij voert daartoe aan dat hij in redelijkheid niet kon weten dat de zeecontainers in zijn bedrijfsloods werden gebruikt als drugslaboratorium. In dat verband wijst hij erop dat hij de huurder van de zeecontainers zakelijk kende, dat hij een huurovereenkomst had opgesteld waarbij de personalia en adresgegevens van de huurder zijn gecontroleerd en dat de bestemming van de zeecontainers in de huurovereenkomst duidelijk was omschreven. Verder wijst hij erop dat de huurder de sleutel van de zeecontainers had, dat hij enkele malen heeft geconstateerd dat de huurder bezig was met landbouwmaterialen en dat de zeecontainers dusdanig kort in gebruik waren dat van hem in redelijkheid niet kon worden gevergd inspecties te houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/05cbbb7d395c0d07710f3c025f25b1f73cac23866a6f8dfaf72fedc723fc6697. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 05cbbb7d395c0d07710f3c025f25b1f73cac23866a6f8dfaf72fedc723fc6697, en de alinea staat in dat document op bytes 22998 tot 23944.