Citaat | Raad van State 31 augustus 2016

Alinea 30 Raad van State 31 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2347.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat aan het objectieve criterium is voldaan. De staatssecretaris heeft volgens hem miskend dat de feiten die op zijn naam in het JDS zijn geregistreerd geen aanleiding bieden om te oordelen dat deze, indien herhaald, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie. Hij voert aan dat de feiten die buiten de terugkijktermijn hebben plaatsgevonden niet mogen worden meegewogen. Verder zijn de veroordelingen van 14 juni 2012 en 23 april 2014 nog niet onherroepelijk. Voor de onherroepelijke veroordeling van 21 maart 2014 geldt dat slechts een voorwaardelijke werkstraf is opgelegd, hetgeen volgens hem duidt op een licht vergrijp en, in combinatie met enkele feiten buiten de terugkijkperiode, onmogelijk tot de conclusie kan leiden dat de kans op herhaling hoog moet worden ingeschat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca08f5d8529eb661af61fc0444b3179c56b5cdc3f9ada8117ddf4abf7e98941d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca08f5d8529eb661af61fc0444b3179c56b5cdc3f9ada8117ddf4abf7e98941d, en de alinea staat in dat document op bytes 10030 tot 10988.