Citaat | Raad van State 31 augustus 2016

Alinea 39 Raad van State 31 augustus 2016

Een alinea uit Raad van State 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2347.

Anders dan [appellant] betoogt, heeft de staatssecretaris zich op het standpunt mogen stellen dat de kans op recidive aanwezig is, omdat op naam van [appellant] niet alleen meer justitiële gegevens binnen de terugkijktermijn zijn aangetroffen, maar ook buiten de terugkijktermijn, en de strafrechter hem een straf met een proeftijd tot 22 april 2016 heeft opgelegd. De staatssecretaris heeft in de omstandigheid dat hulpverleners het recidiverisico laag inschatten en zich positief over [appellant] hebben uitgelaten, geen grond hoeven zien voor een ander oordeel. Daartoe heeft de staatssecretaris ten tijde van het nemen van het besluit van 9 oktober 2015 van belang mogen achten dat de rapportages van de hulpverleners dateren van 2 juni 2015 en 15 juli 2015 en het tijdsverloop sindsdien te kort is om de door hen ingeschatte recidivekans op waarde te kunnen beoordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca08f5d8529eb661af61fc0444b3179c56b5cdc3f9ada8117ddf4abf7e98941d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca08f5d8529eb661af61fc0444b3179c56b5cdc3f9ada8117ddf4abf7e98941d, en de alinea staat in dat document op bytes 15509 tot 16397.