Citaat | Raad van State 31 augustus 2016
Alinea 48 Raad van State 31 augustus 2016
Een alinea uit Raad van State 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2362.
Gelet op die gesprekken mocht [appellant] er ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de verklaring op niveau B niet zou worden geweigerd. Voor hem moest immers duidelijk zijn dat het onderzoek nog voortduurde en geen afgeronde besluitvorming had plaatsgevonden. Voorts is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (in onder meer de uitspraak van 24 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2591), nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Voor zover [appellant] ter zitting heeft gesteld dat hem tijdens de gesprekken toezeggingen zijn gedaan, heeft de minister er terecht op gewezen dat deze toezeggingen, indien die al zijn geuit, niet door een daartoe bevoegd persoon zijn gedaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f28aedb59464dedcb1848fcef4e4dc640f64abdd2730e601dbc00134db0bd086. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f28aedb59464dedcb1848fcef4e4dc640f64abdd2730e601dbc00134db0bd086, en de alinea staat in dat document op bytes 17314 tot 18215.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f28aedb59464dedcb1848fcef4e4dc640f64abdd2730e601dbc00134db0bd086 | shasum -a 256