Citaat | Raad van State 14 september 2016
Alinea 22 Raad van State 14 september 2016
Een alinea uit Raad van State 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2464.
2. [appellant A] en [appellante B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de burgemeester zich op het standpunt mocht stellen dat de aangetroffen drugs bedoeld waren voor de handel. De burgemeester is ten onrechte uitgegaan van de juistheid van de bestuurlijke rapportage en de daaraan ten grondslag liggende processen-verbaal. [appellant A] had 5 g cocaïne gekocht en geen 5,9 g, dus er kon geen 5,9 g zijn aangetroffen in de woning. 5 g Cocaïne kan met een aantal personen in een avond gebruikt zijn. Verder hebben zij getuigenverklaringen overgelegd van de vijf personen die zijn aangehouden, die allen hebben verklaard dat zij de drugs niet bij [appellant A] hebben gekocht, dat zij die al in hun bezit hadden voordat zij naar [appellant A] en [appellante B] toegingen en dat [appellant A] geen drugsdealer is. Ook uit de observaties in de bestuurlijke rapportage die aan het in beroep bestreden besluit ten grondslag is gelegd, volgt niet dat de drugs die zijn aangetroffen in de woning bestemd waren voor de handel. Er vonden weliswaar korte bezoeken plaats aan de woning, maar de vaste bezoekers zijn zes vrienden die hen vrijwel dagelijks bezoeken, aldus [appellant A] en [appellante B]. Verder is een van de verklaringen van de aangehouden personen onjuist weergegeven. Toen zij vernam dat een buurtgenoot contact met de politie had gezocht vanwege vermoedens van drugshandel, heeft [appellante B] zelf contact gezocht met de wijkagent, J.A.J. van Gils, die ook de bestuurlijke rapportage heeft opgesteld. Daaruit volgt dat zij niets te verbergen had. Daarnaast is [appellant A] tijdens de inverzekeringstelling in vrijheid gesteld, waaruit volgt dat de hoeveelheid aangetroffen drugs voor het Openbaar Ministerie blijkbaar geen aanleiding waren om inbewaringstelling te vorderen. Ook zijn enkele goederen die in beslag waren genomen teruggegeven aan hen, wat niet gebeurt als goederen in verband staan met strafbare feiten. Dit geval is voorgelegd aan de strafrechter, die een straf zal opleggen wegens bezit van drugs en niet wegens handel in drugs, omdat die handel niet bewezen kan worden, aldus [appellant A] en [appellante B]. De burgemeester is evenwel klakkeloos uitgegaan van de juistheid van de bestuurlijke rapportage van de politie. Hij had [appellant A] en [appellante B] het voordeel van de twijfel moeten geven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65cd201aac0e08cf087ece25b814a8518e31ef3752da1aa1967d355b8435de9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65cd201aac0e08cf087ece25b814a8518e31ef3752da1aa1967d355b8435de9f, en de alinea staat in dat document op bytes 7664 tot 10033.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/65cd201aac0e08cf087ece25b814a8518e31ef3752da1aa1967d355b8435de9f | shasum -a 256