Citaat | Raad van State 14 september 2016

Alinea 23 Raad van State 14 september 2016

Een alinea uit Raad van State 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2464.

2.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 26 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1070) kan de hoeveelheid van de in een pand aanwezige drugs indiceren dat deze voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn en derhalve dat artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet van toepassing is. Om te beoordelen of de hoeveelheid erop wijst dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, kan in redelijkheid worden aangesloten bij de door het openbaar ministerie toegepaste criteria, waarbij een hoeveelheid harddrugs van maximaal 0,5 g als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt en een hoeveelheid softdrugs van maximaal 5 g ook als hoeveelheid voor eigen gebruik wordt aangemerkt. Bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs die groter is dan een hoeveelheid voor eigen gebruik, is in beginsel aannemelijk dat die drugs bestemd zijn voor verkoop, aflevering of verstrekking. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbende op het pand om het tegendeel aannemelijk te maken. Indien het tegendeel niet aannemelijk wordt gemaakt, is de burgemeester ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/65cd201aac0e08cf087ece25b814a8518e31ef3752da1aa1967d355b8435de9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 65cd201aac0e08cf087ece25b814a8518e31ef3752da1aa1967d355b8435de9f, en de alinea staat in dat document op bytes 10053 tot 11301.