Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 24 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:248.

3.1. Ingevolge artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) wordt een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan. Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of lijst II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/273f615ec9fc7ac5bf1c8d3262665ed3e3bb7ca765ecefbabb7b6050c0d044b1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 273f615ec9fc7ac5bf1c8d3262665ed3e3bb7ca765ecefbabb7b6050c0d044b1, en de alinea staat in dat document op bytes 8839 tot 9461.