Citaat | Raad van State 21 september 2016
Alinea 29 Raad van State 21 september 2016
Een alinea uit Raad van State 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2500.
4.1. De Afdeling heeft de aldus opgeworpen rechtsvraag reeds beantwoord in de uitspraak van 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3367. De Afdeling heeft daarin overwogen dat het in punt 14, tweede alinea, van Bijlage VI neergelegde beginsel van voorrang niet zover strekt, dat een uitzondering op het uitgangspunt dat derdelanders vergunningplichtig zijn - zoals de uitzondering voor Japanse en Zwitserse vreemdelingen - daarmee in strijd is. Die uitzondering laat het uitgangspunt immers onverlet. De Afdeling is van oordeel dat het beginsel van voorrang niet zo ruim dient te worden uitgelegd als een meestbegunstigingsclausule, zoals die voorlag in de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4701, waarin het ging om de tewerkstelling van Japanse vreemdelingen. Een zodanig ruime uitleg van het beginsel van voorrang valt ook niet af te leiden uit het arrest Sommer, waarin een situatie voorlag waarin de onderdanen van alle derde landen gunstiger werden behandeld dan Bulgaarse onderdanen. Gelet hierop faalt het betoog.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0, en de alinea staat in dat document op bytes 11662 tot 12721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0 | shasum -a 256