Citaat | Raad van State 21 september 2016
Alinea 33 Raad van State 21 september 2016
Een alinea uit Raad van State 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2500.
6.1. Bij beantwoording van de vraag of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, geldt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0, en de alinea staat in dat document op bytes 14781 tot 15333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0 | shasum -a 256