Citaat | Raad van State 21 september 2016

Alinea 34 Raad van State 21 september 2016

Een alinea uit Raad van State 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2500.

6.2. De minister heeft zijn standpunt, dat de vreemdelingen voor de vennootschap arbeid hebben verricht, gebaseerd op de bij het boeterapport gevoegde arbeidsovereenkomsten, loonstroken, het urenregister en de verklaringen van [wettelijk vertegenwoordiger] van de vennootschap. Uit deze stukken volgt dat de vreemdelingen in de onder 2 vermelde periode als oproepkracht werkzaam waren voor de vennootschap. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de minister in zoverre in zijn bewijslast is geslaagd en komt aan de omstandigheid dat de arbeidsinspecteurs niet hebben waargenomen dat de vreemdelingen arbeid hebben verricht, in dit geval geen doorslaggevende betekenis toe. De vennootschap heeft in hoger beroep niets aangevoerd wat leidt tot een ander oordeel. Verder volgt uit de bewoordingen in de aangevallen uitspraak dat de rechtbank heeft onderkend dat de bewijslast op de minister rust.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e41a1d5736a2567bab94df72f363488d43973bc6f4feb4697496ef214576db0, en de alinea staat in dat document op bytes 15353 tot 16275.