Citaat | Raad van State 21 september 2016

Alinea 40 Raad van State 21 september 2016

Een alinea uit Raad van State 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2513.

3.2. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat het algemeen bestuur er in het besluit van 19 augustus 2014 terecht van is uitgegaan dat ten tijde van de controle op 24 juli 2014 de woning van [appellant] aangemerkt kon worden als een woonfunctie die in gebruik was voor kamergewijze verhuur als bedoeld in artikel 1.18, eerste lid, aanhef en onder b, van het Bouwbesluit 2012. [appellant] en het algemeen bestuur zijn het erover eens dat voor beantwoording van de vraag of sprake is van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur doorslaggevend is of de kamers afzonderlijk worden bewoond. De Afdeling sluit zich hierbij aan. Uit het inspectierapport van 24 juli 2014 volgt dat [appellant] en zes andere bewoners ten tijde van de controle de in de woning aanwezige zeven kamers afzonderlijk van elkaar bewoonden. Gelet hierop en nu bovendien uit het inspectierapport in samenhang met hetgeen [appellant] ter zitting bij de rechtbank heeft verklaard blijkt dat [appellant] in ieder geval vier kamers verhuurde en dat hijzelf daarnaast ook woonachtig was in de woning, dient als vaststaand te worden aangenomen dat sprake was van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur. De verklaring van [persoon] dat zij geen huur betaalt doet hier niet aan af, omdat hieruit niet blijkt dat de door haar bewoonde kamer niet afzonderlijk wordt bewoond als bedoeld in artikel 1.1, derde lid, van het Bouwbesluit 2012 en bovendien ook wanneer haar kamer niet wordt meegerekend in de woning nog steeds sprake is van in ieder geval vijf wooneenheden die kamergewijs worden verhuurd. Ook de door [appellant] aangehaalde passage dat voor de beantwoording van de vraag of sprake is van meerdere wooneenheden de bedoeling van de eigenaar van belang is leidt niet tot een ander oordeel. De bedoeling van de eigenaar kan ook worden vastgesteld aan de hand van geconstateerde feiten. Dat is in dit geval ook gebeurd. De passage waar [appellant] op wijst is overigens niet opgenomen in de Nota van toelichting bij het Bouwbesluit 2012 maar in een informatiefolder van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/881208882257bfcddad3d8d1eb218a030fc3a9cecd888769b0c3c0d9ff6bb690. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 881208882257bfcddad3d8d1eb218a030fc3a9cecd888769b0c3c0d9ff6bb690, en de alinea staat in dat document op bytes 15379 tot 17556.