Citaat | Raad van State 21 september 2016
Alinea 39 Raad van State 21 september 2016
Een alinea uit Raad van State 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2517.
8. [appellant] betoogt dat het college hem ten onrechte niet voorafgaand aan het nemen van de invorderingsbeschikking in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. Volgens hem heeft het college daarvan niet op grond van artikel 4:12, eerste lid, van de Awb kunnen afzien, omdat een invorderingsbeschikking geen zuiver financiële beschikking is. Daarbij is volgens [appellant] van belang dat een invorderingsbeschikking ook feiten en bewijs dient te vermelden waaruit blijkt dat de overtreding niet ongedaan is gemaakt en dient te vermelden of er op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat om van invordering af te zien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a318c459fe3937d78af24a42461666f25505caab8275e129323ed86eb0e1c54. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a318c459fe3937d78af24a42461666f25505caab8275e129323ed86eb0e1c54, en de alinea staat in dat document op bytes 15611 tot 16284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a318c459fe3937d78af24a42461666f25505caab8275e129323ed86eb0e1c54 | shasum -a 256