Citaat | Raad van State 28 september 2016

Alinea 49 Raad van State 28 september 2016

Een alinea uit Raad van State 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2534.

In de door [appellant] bedoelde gevolgen van het besluit tot ongeldigverklaring van het ingevolge de asp-oplegging reeds beperkte rijbewijs ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat artikel 20, aanhef en onder o, onder IV, van de Regeling in een substantieel aantal gevallen onevenredig kan uitwerken en voor het oordeel dat het artikel om die reden in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb en derhalve onverbindend is. De door [appellant] bedoelde gevolgen zijn het gevolg van de verplichting om aan het asp deel te nemen en niet het gevolg van het bij de rechtbank bestreden besluit. De ongeldigverklaring van het beperkte rijbewijs wegens het niet meewerken aan het asp komt, anders dan [appellant] stelt, er niet op neer dat hij voor de duur van vijf jaar geen rijbewijs kan verkrijgen, zodat daaruit niet volgt dat artikel 20, aanhef onder o, onder IV, van de Regeling onevenredig kan uitwerken. De Afdeling wijst in dit verband op hetgeen onder 2.3 met betrekking tot de toepassing van artikel 97, vijfde lid, van het Reglement is overwogen. Van belang is dat gelet op de toelichting van het CBR er geen reden is op voorhand aan te nemen dat in een aanzienlijk aantal gevallen vijf jaar gewacht zal moeten worden alvorens opnieuw over een rijbewijs kan worden beschikt. Afhankelijk van de individuele omstandigheden van het geval zal een passende termijn worden gehanteerd, waarvan de aanvaardbaarheid rechtens kan worden beoordeeld in een tegen een op grond van artikel 97, vijfde lid, van het Reglement genomen besluit aan te spannen bestuursrechtelijke procedure. In zoverre wijkt de voorgenomen benadering van het CBR dus af van de situatie zoals - ten aanzien van de wachttermijn bij het niet deelnemen aan het asp - beschreven onder 5.2, eerste alinea, van de uitspraak van 4 maart 2015. Ten aanzien van de gestelde kosten wordt verder overwogen dat deze niet zodanig hoog zijn dat artikel 20, aanhef en onder o, onder IV, van de Regeling reeds om die reden onevenredig moet worden geacht. Zoals onder 2.3 is overwogen zijn de kosten bovendien lager dan de kosten bij het opleggen van een asp.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4e840c41e40e4c41c10c2c0f9c09fc7c05c4e0ef43ff10e97aeb78bf9db6417. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4e840c41e40e4c41c10c2c0f9c09fc7c05c4e0ef43ff10e97aeb78bf9db6417, en de alinea staat in dat document op bytes 29102 tot 31248.