Citaat | Raad van State 28 september 2016
Alinea 28 Raad van State 28 september 2016
Een alinea uit Raad van State 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2577.
In dit geval zijn dezelfde omstandigheden aanwezig als de omstandigheden die in de uitspraak van 8 juni 2016 tot de vaststelling van misbruik van bevoegdheid hebben geleid. Daarbij gaat het allereerst om de omstandigheid dat [gemachtigde] als rechtsbijstandverlener een groot aantal procedures betreffende verkeersboetes, Wob-verzoeken en het niet tijdig nemen van besluiten voert en daarbij veelvuldig gebruik maakt van zeer algemeen geformuleerde machtigingen. Ook in deze zaak heeft [gemachtigde] van zodanige machtigingen gebruik gemaakt, die op gelijke wijze zijn geformuleerd als de machtigingen die hij heeft gebruikt in de zaak die tot de uitspraak van 8 juni 2016 heeft geleid. Evenals in die zaak, zien de hier aan de orde zijnde Wob-verzoeken op informatie betreffende verkeersboetes met het beweerdelijke doel om rechtsmiddelen tegen boetebeschikkingen te kunnen motiveren. Artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (hierna: Wahv) voorzien echter specifiek voor belanghebbenden in een recht om in het kader van een procedure tegen een verkeersboete de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen. Gelet op zijn ruime kennis en ervaring, moet ervan worden uitgegaan dat [gemachtigde] ermee bekend was dat voor informatieverzoeken met voormeld doel de Wob niet de geschikte grondslag is en een Wob-verzoek, anders dan een verzoek op grond van artikel 7:18, vierde lid, van de Awb of de Wahv, ertoe kan leiden dat het aangezochte bestuursorgaan in geval van niet tijdige besluitvorming aan de aanvrager een dwangsom of proceskostenvergoeding moet betalen. Zoals de Afdeling voorts in de uitspraak van 8 juni 2016 heeft overwogen, zijn de Wob-verzoeken aldus geformuleerd dat het voor het aangezochte bestuursorgaan niet mogelijk is om er volledig en toereikend op te kunnen besluiten. De vaagheid van de verzoeken doet afbreuk aan het doel waartoe zij beweerdelijk zijn ingediend en maakt de op de verzoeken te nemen besluiten onnodig extra vatbaar voor discussie in bezwaar- en beroepsprocedures. Het procesgedrag van [gemachtigde] geeft daarmee blijk van een handelwijze waarvan hij geweten moet hebben dat die een tijdige besluitvorming onnodig kon bemoeilijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/629f5bc8adb500657d26ec480d1c30a1a4f3c5163e3e0072ee45dbcab814c3d3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 629f5bc8adb500657d26ec480d1c30a1a4f3c5163e3e0072ee45dbcab814c3d3, en de alinea staat in dat document op bytes 9602 tot 11898.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/629f5bc8adb500657d26ec480d1c30a1a4f3c5163e3e0072ee45dbcab814c3d3 | shasum -a 256