Citaat | Raad van State 28 september 2016
Alinea 190 Raad van State 28 september 2016
Een alinea uit Raad van State 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2582.
6.6. Voor het antwoord op de vraag of het inroepen van niet-juridische deskundige bijstand redelijk was, kan in het algemeen als maatstaf worden gehanteerd of de aanvrager, gezien de feiten en omstandigheden zoals die bestonden ten tijde van de inroeping, ervan mocht uitgaan dat de deskundige een relevante bijdrage zou leveren aan een voor hem gunstige beantwoording door het bestuursorgaan van een voor de beslissing op de aanvraag mogelijk relevante vraag (uitspraak van 12 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5895). Voor een vergoeding van deze kosten is geen plaats indien het ingebrachte advies weliswaar afkomstig is van een persoon of instantie die als deskundig is aan te merken ter zake van de specifieke vragen die in de procedure aan de orde zijn, maar het door die deskundige uitgebrachte advies op geen van die specifieke vragen betrekking heeft (uitspraak van 9 mei 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW5293).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa540e50ac57059fff94f33fea523f1a942e3d514dff92382717b8696b8c453f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa540e50ac57059fff94f33fea523f1a942e3d514dff92382717b8696b8c453f, en de alinea staat in dat document op bytes 53958 tot 54882.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aa540e50ac57059fff94f33fea523f1a942e3d514dff92382717b8696b8c453f | shasum -a 256