Citaat | Raad van State 20 oktober 2016
Alinea 41 Raad van State 20 oktober 2016
Een alinea uit Raad van State 20 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2731.
6.4. De Afdeling begrijpt de overweging van de rechtbank dat de vreemdeling wegens het ontbreken van een sociaal netwerk niet te vrezen heeft voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin aldus, dat de rechtbank daarmee ook heeft beoogd te overwegen dat de gevolgen van het ontbreken van een sociaal netwerk niet zodanig zijn dat dit een schending oplevert van artikel 3 van het EVRM. Dit oordeel is juist. Zoals het EHRM in het arrest van 28 juni 2011, Sufi en Elmi tegen het Verenigd Koninkrijk, ECLI:CE:ECHR:2011:0628JUD000831907, heeft overwogen, kan humanitaire problematiek als gevolg van een gewapend conflict een schending betekenen van artikel 3 van het EVRM, in gevallen waarin een persoon "found himself faced with official indifference in a situation of serious deprivation or want incompatible with human dignity" (paragraaf 279). Een schending van artikel 3 van het EVRM wegens humanitaire omstandigheden doet zich niet snel voor. De staatssecretaris heeft zich in dat licht terecht op het standpunt gesteld dat, hoewel uit de door de vreemdeling overgelegde stukken blijkt dat een persoon zonder sociaal netwerk in Afghanistan voor problemen kan komen te staan, die problemen niet van dien aard zijn dat daarmee is voldaan aan voormelde maatstaf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/082edc40bae8d52ae2c2b3a134be8ded440f66feb32752147851be536488246b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 082edc40bae8d52ae2c2b3a134be8ded440f66feb32752147851be536488246b, en de alinea staat in dat document op bytes 20009 tot 21283.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/082edc40bae8d52ae2c2b3a134be8ded440f66feb32752147851be536488246b | shasum -a 256