Citaat | Raad van State 26 oktober 2016
Alinea 35 Raad van State 26 oktober 2016
Een alinea uit Raad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2805.
6. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de Belastingdienst/Toeslagen na het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) de voorschotten niet mag herzien. [appellante] stelt dat staatsraad mr. L.A.D. Keus (hierna: de staatsraad advocaat-generaal) in de conclusie van 27 januari 2016 over de termijn waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is om voorschotten op de kinderopvangtoeslag te herzien of de toeslag definitief vast te stellen, in paragraaf 8 tot de slotsom is gekomen dat de termijnen in artikel 19 van de Awir fatale vervaltermijnen zijn. Volgens [appellante] betekent dit dat de bevoegdheid van de dienst om haar voorschotten over 2012 en 2013 te herzien ten nadele van haar ten tijde van de besluitvorming al was vervallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/acdcd0afa67b7f0853151d1b474199849086fbb2f4c5758eb6a8f4db081770d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt acdcd0afa67b7f0853151d1b474199849086fbb2f4c5758eb6a8f4db081770d5, en de alinea staat in dat document op bytes 9781 tot 10648.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/acdcd0afa67b7f0853151d1b474199849086fbb2f4c5758eb6a8f4db081770d5 | shasum -a 256