Citaat | Raad van State 26 oktober 2016

Alinea 42 Raad van State 26 oktober 2016

Een alinea uit Raad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2815.

5. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen ook na het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) de voorschotten mag herzien. Zij stelt dat staatsraad mr. L.A.D. Keus (hierna: de staatsraad advocaat-generaal) in de conclusie van 27 januari 2016 over de termijn waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is om voorschotten op de kinderopvangtoeslag te herzien of de toeslag definitief vast te stellen, in paragraaf 8 tot de slotsom is gekomen dat de termijnen in artikel 19 van de Awir fatale vervaltermijnen zijn. Volgens [appellante] betekent dit dat de bevoegdheid van de dienst om haar voorschotten over 2010 en 2011 ten nadele van haar te herzien al ten tijde van de besluitvorming was vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9848ff46b6d5941f547f8372ed7195dde4b9821d52952c7a6ca972c51f2b889d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9848ff46b6d5941f547f8372ed7195dde4b9821d52952c7a6ca972c51f2b889d, en de alinea staat in dat document op bytes 14457 tot 15330.