Citaat | Raad van State 26 oktober 2016

Alinea 51 Raad van State 26 oktober 2016

Een alinea uit Raad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2815.

6. [appellante] betoogt tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen niet in strijd heeft gehandeld met het verbod van détournement de pouvoir. De bevoegdheid van de dienst om op grond van artikel 16, vierde (thans vijfde) lid, van de Awir een voorschot te herzien is, anders dan [appellante] betoogt, niet beperkt tot de situatie waarin na afloop van het toeslagjaar is gebleken dat het verzamelinkomen van de aanvrager is gewijzigd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4179), kan daarvoor in artikel 16, vierde (thans: vijfde) lid, van de Awir, noch in enige andere bepaling van de Awir steun worden gevonden. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 16, vierde (thans: vijfde) lid, van de Awir (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 764, nr. 3, pag. 49) volgt dat de hoogte van een voorschot ook kan worden herzien in situaties waarin na de verlening van het voorschot blijkt, bijvoorbeeld uit door de belanghebbende verstrekte gegevens, dat dit tot een hoger of lager bedrag is toegekend dan het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de Belastingdienst/Toeslagen in strijd met het verbod van détournement de pouvoir heeft gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9848ff46b6d5941f547f8372ed7195dde4b9821d52952c7a6ca972c51f2b889d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9848ff46b6d5941f547f8372ed7195dde4b9821d52952c7a6ca972c51f2b889d, en de alinea staat in dat document op bytes 19145 tot 20537.