Citaat | Raad van State 26 oktober 2016

Alinea 63 Raad van State 26 oktober 2016

Een alinea uit Raad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2815.

9.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld in de uitspraak van 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2829), volgt uit artikel 18, eerste lid, van de Awir, gelezen in verbinding met artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wko (vanaf 1 augustus 2010: artikel 1.7, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wkkp), dat degene die voor kinderopvangtoeslag in aanmerking wil komen, moet kunnen aantonen dat hij voor die opvang kosten heeft gemaakt en wat de hoogte daarvan is. Dit betekent dat het aan [appellante] is om stukken over te leggen waaruit blijkt wat de hoogte van de gemaakte kosten voor kinderopvang in 2010 en 2011 is en dat zij die kosten daadwerkelijk heeft voldaan. Nu voormelde bepalingen al in 2010 en 2011 golden, wordt [appellante] niet gevolgd in haar betoog dat de Belastingdienst/Toeslagen steeds strengere eisen aan de betaling stelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9848ff46b6d5941f547f8372ed7195dde4b9821d52952c7a6ca972c51f2b889d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9848ff46b6d5941f547f8372ed7195dde4b9821d52952c7a6ca972c51f2b889d, en de alinea staat in dat document op bytes 23397 tot 24279.