Citaat | Raad van State 10 februari 2016

Alinea 44 Raad van State 10 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:284.

3. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen aanleiding bestaat de staatssecretaris in de gelegenheid te stellen de brongegevens alsnog naar de rechtbank te zenden. De brongegevens zijn op de zaak betrekking hebbende stukken en ingevolge artikel 8:42, eerste lid, van de Awb dient de staatssecretaris dergelijke stukken aan de bestuursrechter te zenden. De omstandigheid dat zij van de brongegevens geen kennis mogen nemen nu op deze stukken een geheimhoudingsplicht rust, maakt niet dat de staatssecretaris niet gehouden was deze stukken naar de rechtbank te zenden. De staatssecretaris had de bestuursrechter immers met toepassing van artikel 8:29, eerste lid, van de Awb kunnen mededelen dat alleen hij kennis zal mogen nemen van de brongegevens, aldus [appellant A] en [appellant B].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44429c87980f1605071e45563f6db821b1ff238bcea3597dffcc942bfa8c3b48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44429c87980f1605071e45563f6db821b1ff238bcea3597dffcc942bfa8c3b48, en de alinea staat in dat document op bytes 12417 tot 13270.