Citaat | Raad van State 10 februari 2016
Alinea 50 Raad van State 10 februari 2016
Een alinea uit Raad van State 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:284.
4.2. De staatssecretaris heeft in het besluit van 23 december 2014 weliswaar terecht vastgesteld dat deze wetten een eigen regeling inzake kennisneming kennen, maar dat laat onverlet dat geen van die wetten voorziet in een absoluut verbod op verstrekking. Nu bovendien het verzoek niet specifiek was gebaseerd op de Wbp, heeft de staatssecretaris niet met deze vaststelling mogen volstaan. Hij, dan wel de minister, had, al naar gelang hun bevoegdheden, moeten beoordelen in hoeverre het mogelijk was [appellant A] en [appellant B] met toepassing van artikel 25, eerste lid, van de Wpg onderscheidenlijk artikel 18, eerste lid, van de Wjsg kennis te laten nemen van de brongegevens. Voor zover het verzoek betrekking heeft op stukken waarvoor de staatssecretaris noch de minister verantwoordelijkheid draagt, had het verzoek moeten worden doorgezonden naar het verantwoordelijke bestuursorgaan. De rechtbank heeft dit niet onderkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/44429c87980f1605071e45563f6db821b1ff238bcea3597dffcc942bfa8c3b48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 44429c87980f1605071e45563f6db821b1ff238bcea3597dffcc942bfa8c3b48, en de alinea staat in dat document op bytes 15470 tot 16416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/44429c87980f1605071e45563f6db821b1ff238bcea3597dffcc942bfa8c3b48 | shasum -a 256