Citaat | Raad van State 26 oktober 2016
Alinea 29 Raad van State 26 oktober 2016
Een alinea uit Raad van State 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840.
3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 26 februari 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:681) is voor het antwoord op de vraag of een stuk als incidenteel hoger beroepschrift in de zin van artikel 8:110, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt, niet beslissend dat uitdrukkelijk gesteld is dat incidenteel hoger beroep wordt ingesteld. Volgens de geschiedenis van de totstandkoming van die bepaling (Kamerstukken II 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 23 en 24) is met het bieden van de mogelijkheid van het instellen van incidenteel hoger beroep beoogd een partij de bevoegdheid te geven om naar aanleiding van het principaal hoger beroep van een wederpartij alsnog ook zelf in hoger beroep te komen. Het incidenteel hoger beroep dient daarom gronden te bevatten die gericht zijn tegen de rechtbankuitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1187e39b176f2cdec96bdbc6ea15ea7fdd49d4852c0a45b01b2eec1148c483c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1187e39b176f2cdec96bdbc6ea15ea7fdd49d4852c0a45b01b2eec1148c483c1, en de alinea staat in dat document op bytes 9739 tot 10571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1187e39b176f2cdec96bdbc6ea15ea7fdd49d4852c0a45b01b2eec1148c483c1 | shasum -a 256