Citaat | Raad van State 2 november 2016

Alinea 67 Raad van State 2 november 2016

Een alinea uit Raad van State 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2892.

Het relativiteitsvereiste, zoals vervat in artikel 8:69a van de Awb, brengt met zich dat belanghebbenden die zich niet kunnen beroepen op artikel 108, derde lid, van het VWEU omdat die bepaling kennelijk niet strekt tot bescherming van hun belangen, evenmin schending van dat artikel aan hun betoog dat het bestemmingsplan niet uitvoerbaar is ten grondslag kunnen leggen (vergelijk de uitspraak van 15 januari 2014, ECLI:NL:RVS:2015:75). De Afdeling ziet dan ook af van een inhoudelijke bespreking van dat betoog. Nu [appellant] en anderen geen rechten ontlenen aan artikel 108, derde lid, VWEU, is de tegenwerping van het relativiteitsvereiste reeds daarom niet in strijd met de eisen die het Unierecht volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie stelt aan de toepassing van het nationaal procesrecht in Unierechtelijke zaken (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1295).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2d4fd8d8bf5e48429947daca06a9b072e65095657e03bbd2ba894bf9430b39a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2d4fd8d8bf5e48429947daca06a9b072e65095657e03bbd2ba894bf9430b39a, en de alinea staat in dat document op bytes 25520 tot 26447.