Citaat | Raad van State 2 november 2016

Alinea 70 Raad van State 2 november 2016

Een alinea uit Raad van State 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2892.

13.1. De aanwezigheid van verontreinigingen in de bodem, de noodzaak van sanering van verontreinigde locaties en de wijze waarop deze saneringen moeten worden uitgevoerd, zijn geregeld in afzonderlijke wetgeving met eigen procedures, die thans niet ter beoordeling staan. Dat doet er niet aan af dat de raad het plan niet heeft kunnen vaststellen indien en voor zover de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat de aanwezige bodemverontreiniging aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. De raad heeft in het verweerschrift naar voren gebracht dat gelet op historisch onderzoek geen bodemverontreiniging is te verwachten in het plangebied. [appellant] en anderen hebben dit niet weersproken. Verder heeft de raad gesteld dat eventuele bodemverontreiniging geen belemmering vormt voor het gebruik van de gronden als parkeerterrein. Dit hebben [appellant] en anderen evenmin weersproken. Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat bodemverontreiniging op voorhand aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. Het betoog faalt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2d4fd8d8bf5e48429947daca06a9b072e65095657e03bbd2ba894bf9430b39a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2d4fd8d8bf5e48429947daca06a9b072e65095657e03bbd2ba894bf9430b39a, en de alinea staat in dat document op bytes 26696 tot 27820.