Citaat | Raad van State 2 november 2016

Alinea 27 Raad van State 2 november 2016

Een alinea uit Raad van State 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2913.

4. De vennootschap betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling arbeid voor haar heeft verricht. De bij het boeterapport gevoegde verklaringen van de vreemdeling en getuigen zijn innerlijk tegenstrijdig en onbetrouwbaar. Door zich hierop te baseren, heeft de minister in strijd gehandeld met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM). Voorts hebben de arbeidsinspecteurs niet zelf waargenomen dat de vreemdeling arbeid heeft verricht. Verder is de keuken van het restaurant een kleine ruimte, waar niet gewerkt kan worden zonder dat daarvan sporen op kleding of schoenen zichtbaar zijn. De kleding en schoenen van de vreemdeling vertoonden geen sporen. Dat de vreemdeling ten tijde van de controle een schort droeg, is begrijpelijk. Iemand die even in de keuken moet zijn, kan bij de ingang een schort pakken. Bovendien hebben de koks ieder een eigen schort en de vreemdeling had dat niet, aldus de vennootschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/819aa0efa126f235b3fce8933c9d3caba70ff6f62a2130e41a4e4c8c52e4b5a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 819aa0efa126f235b3fce8933c9d3caba70ff6f62a2130e41a4e4c8c52e4b5a7, en de alinea staat in dat document op bytes 8181 tot 9269.