Citaat | Raad van State 16 november 2016

Alinea 40 Raad van State 16 november 2016

Een alinea uit Raad van State 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3043.

10.2. Van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht is sprake, indien op grond van bijzondere omstandigheden kan worden vastgesteld dat ten tijde van het instellen van het (hoger) beroep het voor appellant evident was dat van de ingestelde procedure geen positief resultaat viel te verwachten. De Afdeling ziet geen aanleiding voor het oordeel dat dit in deze procedure voor [appellant] bij voorbaat duidelijk was. Dat [appellant] in de visie van het college kansloze procedures voert omdat de beslissing om al dan niet omgevingsvergunning te verlenen een discretionaire bevoegdheid betreft en dat hij in diverse procedures dezelfde argumenten aanvoert is daarvoor op zichzelf onvoldoende. Hierbij wordt tevens in aanmerking genomen dat de door het college bedoelde procedures geen betrekking hadden op een aanvraag om omgevingsvergunning als hier aan de orde. Voor een veroordeling in de proceskosten van [appellant] ten behoeve van het college bestaat dan ook geen aanleiding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b17e84d6ad3171cbc48d2a09ee49eb2399d9af40e46521aee0a7bf3c59f980f4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b17e84d6ad3171cbc48d2a09ee49eb2399d9af40e46521aee0a7bf3c59f980f4, en de alinea staat in dat document op bytes 14477 tot 15471.