Citaat | Raad van State 16 november 2016

Alinea 41 Raad van State 16 november 2016

Een alinea uit Raad van State 16 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3056.

5. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de Belastingdienst/Toeslagen ook nadat de termijn waarbinnen de dienst op de voet van artikel 19, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir) de tegemoetkoming definitief had moeten vaststellen is verstreken, de voorschotten nog mag herzien. Zij stelt dat staatsraad mr. L.A.D. Keus (hierna: de staatsraad advocaat-generaal) in de conclusie van 27 januari 2016 over de termijn waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is om voorschotten op de kinderopvangtoeslag te herzien of definitief vast te stellen, tot de slotsom is gekomen dat de termijnen in artikel 19 van de Awir fatale vervaltermijnen zijn. Volgens [appellante] betekent dit dat de bevoegdheid van de dienst om haar voorschotten over 2012 en 2013 te herzien ten nadele van haar, ten tijde van de besluitvorming al was vervallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b2677595ad666eac0191ae03b3da9219c9a143d9be542a5caa2cb465213dcdbe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b2677595ad666eac0191ae03b3da9219c9a143d9be542a5caa2cb465213dcdbe, en de alinea staat in dat document op bytes 10311 tot 11240.