Citaat | Raad van State 10 februari 2016

Alinea 37 Raad van State 10 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:313.

Aan de intrekking van de DHW-vergunning heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat [appellant] van slecht levensgedrag is, als bedoeld in artikel 31, eerste lid, aanhef en onder b, van de DHW, omdat hij ervan verdacht wordt de Opiumwet en de Wet op de kansspelen te hebben overtreden. Voorts heeft de burgemeester aan de intrekking van de DHW-vergunning ten grondslag gelegd dat in de horeca-inrichting een handelshoeveelheid hard- en softdrugs aanwezig was en dat [appellant] ervan verdacht wordt gelegenheid te bieden voor illegale gokactiviteiten. Op grond hiervan heeft de burgemeester zich op het standpunt gesteld dat zich in de horeca-inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de DHW-vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, als bedoeld in artikel 31, eerste lid, aanhef en onder c, van de DHW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5217f8a43078325223f44d996fc37466806ae20da770318d7468d3f86ed41f3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5217f8a43078325223f44d996fc37466806ae20da770318d7468d3f86ed41f3d, en de alinea staat in dat document op bytes 10168 tot 11072.