Citaat | Raad van State 10 februari 2016

Alinea 41 Raad van State 10 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 10 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:313.

De rechtbank heeft in het aangevoerde terecht geen grond gevonden om de behandeling van het beroep aan te houden. Onbestreden is dat in de horeca-inrichting 3,86 gram hard- en 18,12 gram softdrugs zijn aangetroffen. In deze procedure moet worden beoordeeld of de burgemeester gegeven de aangetroffen hoeveelheden drugs in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de door hem aangewende bevoegdheden. De Afdeling heeft meermalen overwogen (onder meer uitspraak van 19 juni 2013 in zaak nr. 201208853/1/A3) dat bij de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet, anders dan in de strafrechtelijke procedure, persoonlijke verwijtbaarheid niet is vereist. De Afdeling heeft voorts eerder overwogen (uitspraak van 26 maart 2014 in zaak nr. 201306454/1/A3), dat de aanwezigheid van harddrugs in een voor het publiek openstaande ruimte op zichzelf reeds het risico in zich bergt van negatieve effecten op de openbare orde. De uitkomst van de strafzaak voor zover het de overtreding van de Opiumwet betreft, staat in zoverre los van het oordeel of de burgemeester in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de door hem aangewende bevoegdheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5217f8a43078325223f44d996fc37466806ae20da770318d7468d3f86ed41f3d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5217f8a43078325223f44d996fc37466806ae20da770318d7468d3f86ed41f3d, en de alinea staat in dat document op bytes 12920 tot 14074.