Citaat | Raad van State 23 november 2016

Alinea 48 Raad van State 23 november 2016

Een alinea uit Raad van State 23 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3131.

4.2. De rechtbank is het college ten onrechte gevolgd in zijn standpunt dat de identiteitskaart geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid is, reeds omdat niet zou zijn gebleken dat [appellante] die kaart niet ook al in de vorige procedure over had kunnen leggen. Weliswaar heeft [appellante] zelf verklaard dat het sinds 2010 mogelijk was die identiteitskaart aan te vragen, maar in de bestuurlijke fase en in rechte is onduidelijk gebleven vanaf wanneer in 2010 die mogelijkheid bestond. Omdat het tweede verzoek van [appellante] pas bij besluit van 3 mei 2010 is afgewezen, betoogt [appellante] terecht dat het college ten onrechte als vaststaand heeft aangenomen dat zij die identiteitskaart mede aan haar tweede verzoek ten grondslag had kunnen leggen. Gezien de overigens door [appellante] overgelegde stukken en het grote belang dat wordt gehecht aan juiste vermelding van persoonsgegevens in de BRP, had het op de weg van het college gelegen hier nader onderzoek naar te doen, alvorens het verzoek af te wijzen wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Door dit na te laten heeft het college het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid en is het besluit in strijd met artikel 3:2 van Awb genomen. Het college heeft het verzoek daarom ten onrechte op de in het besluit gebruikte motivering afgewezen wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d19e0008cafffe8e5d6186add109ff31d55c78a70934d888d09d2379012c651f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d19e0008cafffe8e5d6186add109ff31d55c78a70934d888d09d2379012c651f, en de alinea staat in dat document op bytes 19949 tot 21405.