Citaat | Raad van State 30 november 2016
Alinea 44 Raad van State 30 november 2016
Een alinea uit Raad van State 30 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3167.
7.1. Vooropgesteld wordt dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de burgemeester in het besluit van 24 april 2015 weliswaar overweegt dat hij het advies van de commissie overneemt, maar de belangenafweging wat betreft de belangen van de kinderen niet overeenkomstig dat advies inzichtelijk heeft gemaakt. Er bestaat evenwel geen grond voor het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de kinderen. De rechtbank heeft terecht overwogen dat bedoelde afweging van die belangen voldoende blijkt uit het advies van de commissie en het verslag van de hoorzitting die samen met het besluit van 24 april 2015 aan [appellante] zijn gezonden. Uit het verslag van de hoorzitting volgt dat de burgemeester te kennen heeft gegeven te zijn geïnformeerd over de kinderen en dat het feit dat de vader van de kinderen om de hoek woonde bij de beoordeling een rol heeft gespeeld. Voorts heeft de burgemeester te kennen gegeven de verklaring van de desbetreffende handhaver bij de beoordeling te hebben betrokken. Uit die, door de burgemeester overgelegde, verklaring van 16 juli 2015 volgt dat een medewerker handhaving van de gemeente Oosterhout bij de ontdekking van de hennepkwekerij aanwezig was en aldaar de zestienjarige dochter van [appellante] heeft gevraagd of zij bij haar vader terecht kon indien de woning zou worden gesloten en dat zij daarop heeft geantwoord: "Dat zal wel moeten". Hetgeen [appellante] heeft aangevoerd, geeft geen reden te twijfelen aan hetgeen de burgemeester te kennen heeft gegeven. Voorts heeft de burgemeester in zijn verweerschrift in beroep aangegeven dat [appellante] weliswaar heeft meegedeeld het niet wenselijk te vinden dat de kinderen naar hun vader gaan, maar dat ter zitting bij de voorzieningenrechter is gebleken dat zij beschikt over voldoende financiële middelen om voor haar en haar kinderen te voorzien in tijdelijke alternatieve huisvesting. Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat de burgemeester de verdrags- en grondwettelijke belangen op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven van de kinderen onvoldoende zou hebben meegewogen. Voor zover [appellante] betoogt dat niet valt in te zien dat de in artikel 8, tweede lid, van het EVRM genoemde algemene belangen, die met de toepassing van de bevoegdheid tot woningsluiting zouden worden gediend, zodanig zwaar wegen dat niet kon worden volstaan met de minder ingrijpende maatregel van een last onder dwangsom, wordt verwezen naar hetgeen onder 6.3 is overwogen. Voor het oordeel dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester gelet op de belangen van de kinderen had moeten afwijken van de Beleidsregels, bestaat gelet op het voorgaande geen grond. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de burgemeester zich voldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de kinderen en zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de persoonlijke situatie van [appellante] niet hoefde te leiden tot afwijking van de Beleidsregels.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71b1630f65817d498a6786621fda34a65be2e6e3653d0276851504a35d532647. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71b1630f65817d498a6786621fda34a65be2e6e3653d0276851504a35d532647, en de alinea staat in dat document op bytes 20874 tot 23968.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/71b1630f65817d498a6786621fda34a65be2e6e3653d0276851504a35d532647 | shasum -a 256