Citaat | Raad van State 5 december 2016
Alinea 24 Raad van State 5 december 2016
Een alinea uit Raad van State 5 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3231.
1.3. Er bestaat geen aanleiding voor het stellen van prejudiciële vragen, zoals de vreemdeling heeft verzocht, omdat deze niet relevant zijn voor de oplossing van het geschil (zie het arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 1982, Cilfit, punt 10; ECLI:EU:C:1982:335). De vraag wanneer zich een uitzonderlijke situatie voordoet als vorenbedoeld is door het Hof beantwoord in het arrest van 17 februari 2009, Elgafaji, punt 43; ECLI:EU:C:2009:94. De vraag of zich, in dit geval in Libië, een dergelijke uitzonderlijke situatie voordoet, vergt geen nadere uitleg door het Hof van het Unierecht, maar gaat uitsluitend over de beoordeling van een feitelijke situatie, die is voorbehouden aan de lidstaten (zie voormeld arrest van 17 februari 2009, punt 43 en onder meer het arrest van het Hof van 30 maart 2006, Servizi Ausiliari Dottori Commercialisti, punt 69; ECLI:EU:C:2006:208). Met de omstandigheid dat de ons omringende landen de algemene veiligheidssituatie in Libië verschillend beoordelen doet zich dan ook geen situatie voor als bedoeld in het arrest van het Hof van 9 september 2015, Ferreira da Silva e Brito e.a., ECLI:EU:C:2015:565, waar de vreemdeling naar heeft verwezen, waarin het ging om een nadere uitleg van een Unierechtelijk begrip.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3aa6fd0a791fc20d4aa89eff0b61683fb60ddf3e935400e1a0f26ee6be17ca1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3aa6fd0a791fc20d4aa89eff0b61683fb60ddf3e935400e1a0f26ee6be17ca1e, en de alinea staat in dat document op bytes 7317 tot 8590.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3aa6fd0a791fc20d4aa89eff0b61683fb60ddf3e935400e1a0f26ee6be17ca1e | shasum -a 256