Citaat | Raad van State 7 december 2016

Alinea 37 Raad van State 7 december 2016

Een alinea uit Raad van State 7 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3279.

In de door Elora B.V. en anderen gestelde belangen ziet de voorzitter in beginsel geen aanleiding om een voorlopige voorziening zoals verzocht te treffen. Vast staat dat de percelen begin 2015 voor het parkeren van auto’s in gebruik zijn genomen zonder dat de daarvoor vereiste omgevingsvergunningen waren verleend, zodat de financiële gevolgen van het moeten voldoen aan de lasten onder dwangsom in beginsel voor risico van Elora B.V. en anderen dienen te blijven. Voor een uitzondering hierop zou mogelijk aanleiding bestaan, indien op voorhand voldoende twijfel bestaat over de vraag of de aangevallen uitspraak in stand zal blijven. De voorzieningenrechter ziet hiervoor vooralsnog evenwel onvoldoende aanknopingspunten. Daarbij wordt onder meer in aanmerking genomen dat in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit mer de activiteit aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject wordt genoemd en het college ter invulling van het begrip stedelijk ontwikkelingsproject aansluiting heeft gezocht bij het begrip stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Gelet hierop en mede gelet op de omvang van de voorziene parkeerterreinen, die alle percelen tezamen genomen ongeveer 115.000 m² bedraagt, wordt er voorshands vanuit gegaan dat sprake is van een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit mer. Uit de Nota van Toelichting bij de wijziging van het Bor (Stb. 2014, 333, p.58), wordt voorts vooralsnog afgeleid dat, zoals de rechtbank heeft overwogen, de drempelwaarden die in kolom 2 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit mer worden genoemd, anders dan Elora B.V. en anderen betogen, voor de toepassing van artikel 5, zesde lid, van bijlage II van het Bor niet relevant zijn. Verder wordt bij de belangenafweging in aanmerking genomen dat tegenover de financiële belangen van Elora B.V. en anderen en de belangen van de werknemers van Meyhold B.V. de belangen van het college en, zoals ter zitting is gebleken, van een derde, die mondeling heeft verzocht om handhavend op te treden, staan bij beëindiging van de overtredingen en dat reeds sinds eind 2015/begin 2016 toen de overtredingen werden geconstateerd sprake is van actief handhavend optreden van de zijde van het college.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c146ada99b5974e7a691e8b6cf522ca3022d9fead6c1b19a271485da48a2514. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c146ada99b5974e7a691e8b6cf522ca3022d9fead6c1b19a271485da48a2514, en de alinea staat in dat document op bytes 13492 tot 15883.